

In konvooi met negen Daf trucks naar Afghanistan.

Op maandag 28 november 2005 vertrok er om 06.00 uur vanuit Gouda een konvooi van
negen Daf trucks met eindbestemming Afghanistan.
De voertuigen zijn aangeschaft door de "Halo Trust", een organisatie, die zich
wereldwijd bezig houdt met het opruimen van landmijnen en ander wapentuig in
voormalige oorlogsgebieden.
De negen trucks zijn ex- legervoertuigen met 6x6 aandrijving en een hydraulische kraan.
Ze zijn in Gouda bij "de Baanderij", een stichting, die zich veel bezig houdt met
logistieke hulp aan humanitaire organisaties, klaargemaakt voor de verre reis.
Zo zijn de voertuigen in andere kleuren gespoten en van een huif over de laadbak
voorzien. Tevens zijn ze technisch nagekeken en met de nodige reserveonderdelen
uitgerust om in Afghanistan het kleine onderhoud te kunnen verrichten.
De Baanderij zal de voertuigen over land vervoeren en maakt daarbij gebruik van
vrijwilligers als chauffeur. Een van de chauffeurs was ik.
Op deze koude druilerige dag was de stemming onder de chauffeurs opperbest. We
zagen er al een hele tijd naar uit om de reis te gaan maken. Het is nu eenmaal
niet een bestemming waar je iedere dag naar toe gaat.
Na de hele dag door de regen gereden te hebben begon het in de avond hevig te sneeuwen.
We zijn uiteindelijk de eerste dag tot aan de grens met Tsjechië gekomen en omdat
de sneeuw op het wegdek bleef liggen, werd besloten niet verder te rijden.
Noodgedwongen hebben we de eerste avond in de laadbak van de truck overnacht.
Stel je voor, metalen vloer, kunststof huif, geen verwarming en een buitentemperatuur
van enkele graden onder nul. Echter in alle auto's was een matras, enkele dekens
en een slaapzak aanwezig en de overnachting viel achteraf erg mee.
Sommige mannen gaven er de voorkeur aan om in de cabine te slapen, maar daarin is
geen mogelijkheid om te liggen en er is ook geen verwarming.
Het sneeuwen hield s'nachts op en in de morgen was de gevallen sneeuw reeds ver
gedooid en kon de reis worden voortgezet.
Na Tsjechië volgde Slowakije en Hongarije en de eerste echte grensovergang met oponthoud
was Servië. Hier hadden we enkele uren nodig voor het invullen van alle formaliteiten en het verkrijgen van de nodige
stempels. Pas laat in de avond konden we verder maar het zou allemaal nog veel erger
worden.
De overnachtingen onderweg werden meestal in hotels gemaakt, waarbij we dan tevens
de enige echte maaltijd van die dag gebruikten. Overdag werden slechts minimaal
pauzes gemaakt en al met al schoten we aardig op. Ook daar zou nog wel verandering
in komen.
In Servië overnachtten we in een hotel, waarvan het leek dat er sinds de tijd van
Tito niets meer veranderd was. En dictator Tito is al heel lang dood. Echter van
de oorlog, die zo hevig gewoed heeft in Servië, heb ik niets kunnen terugvinden
zoals kapotgeschoten huizen en dergelijke.
Die dag stond rond 16.00 uur plots alle verkeer stil op de weg. Het was niet ver
meer naar de grens met Bulgarije en na verloop van tijd kwamen we er achter dat
er een file van drie kilometers voor de grens stond.
Het regende en was koud en om de 10 minuten konden we enkele meters naar voren schuiven.
Dit ging zo de hele nacht door en van slapen kwam dus niets terecht. Op deze manier
hebben we 20 uren nodig gehad voordat we uiteindelijk de weg op konden in Bulgarije.
Voortdurend motor starten, uitzetten, stationair lopen laten en weer uitzetten bracht
met zich mee dat onze auto's gigantische rookgordijnen aanlegden toen we weer normaal
konden rijden. Als pleister op de wonde begon de zon te schijnen en het werd een
stralende dag. Uiteraard hebben we na deze vermoeiende dag niet ver meer kunnen
rijden en al snel een hotel opgezocht.
De zesde dag stonden we om 12.00 aan de grens met Turkije en daar begon de ellende
pas goed.
Per auto 600 euro betalen anders mochten we het land niet in. Totaal geen medewerking
van de douane en telkens van het ene kastje naar het andere muurtje gestuurd.
We moesten ook 10 euro betalen voor een desinfectiebad voor de vrachtwagens maar
van het bad zelf hebben we niets gezien.
Om 22.00 uur hoefden we nog maar één stempeltje te halen echter dit kantoortje was
reeds gesloten dus restte ons niets anders dan nogmaals in de laadbak te overnachten.
Het was niet koud maar de hele nacht was het een gaan en komen van vrachtwagens
en prettig slapen was het niet.
Na 90 euro aan een douaneman te hebben betaald, die voortdurend "probblem" riep,
kregen we uiteindelijk alle papieren terug, de problemen waren opgelost, en konden
we Turkije binnenrijden. Aan de andere kant van de weg stond een file van 9 kilomer
aan vrachtwagens die naar Bulgarije wilden.
Tot nu toe was onze reis door een redelijk vlak en saai landschap gegaan en ook
Turkije bleek tamelijk vlak en zeker in het westen grote akkergebieden te beslaan.
De autosnelwegen zijn goed en tegen de avond reden we, net voordat het donker werd,
over de Bosporus brug in Istanbul. Midden op de brug ligt de grens tussen Europa
en Azië.
Eenmaal in Azië en Istanbul voorbij vonden we een splinternieuw 4-sterren
hotel in een grotere stad waar we al onze negen trucks gewoon voor het hotel konden
parkeren. In Nederland zou zoiets onvoorstelbaar zijn.
Ondertussen hebben we zo'n drieduizend kilometers afgelegd. Het verbruik van de
wagens ligt op 33 liter/100 km wat dus betekent dat ons konvooi drie liter brandstof
per kilometer verstookt. Prijs van een liter diesel in Turkije 1,35 euro! Ook dit
zou nog gaan veranderen.
Wel wordt er bij het tanken in Turkije een ongelooflijke service gegeven wat er
mee begint dat er eerst een kop thee geschonken wordt. Na het tanken worden al onze
auto's gewassen en daarna krijgt iedere chauffeur nog een handdoek aangeboden.
Omdat ik vaker in Afrika gereisd heb, ging ik er vanuit dat we voor al deze service
achteraf nogwel een flinke rekening zouden krijgen, maar het bleek werkelijk om
een gratis dienst te gaan. Sowieso tref je in Turkije hoofdzakelijk vriendelijke
en hulpvaardige mensen aan.
De politie is een ander verhaal, wel vriendelijk maar ook corrupt.
Zo werden we door een patrouille aan de kant gezet en probeerden ons twee jonge
agenten duidelijk te maken dat we "bad traffic" waren, (het enige Engels wat ze
spraken).
We moesten voor iedere auto 50 euro boete betalen omdat we te dicht op elkaar reden,
wat natuurlijk helemaal niet waar was. Na een uur discussiëren was hun eis afgezakt
naar 50 euro totaal en uiteindelijk zijn ze vertrokken met een rol koekjes en een
speelgoedpoppetje.
Ze konden het niet geloven dat we zonder betaling deze Dafs naar Afghanistan brachten.
Daar wilden ze zelfs hun hond nog niet naar toe sturen.
De weg door Turkije is zo'n 2000 kilometer en naarmate we verder naar het oosten
komen ziet het er steeds poverder uit. De hoofdweg is redelijk goed maar alle wegen
die er op uitkomen zijn nog vaak onverhard.
De dorpen zien er hetzelfde uit als de bebouwing in Noord-Afrika. Lage blokkendoosjes,
waarschijnlijk vaak nog uit leem of beton.
De omgeving wordt steeds ruiger en regelmatig rijden we door bergachtig gebied met
hoogten boven de 2000 meter.
Het weer is ons steeds goedgezind, de zon schijnt en de temperatuur zal rond zo'n
10 graden liggen. We hebben hier heel veel geluk mee, want normaal ligt er in deze
tijd van het jaar een behoorlijk pak sneeuw. Langs de weg zie je dan ook voortdurend
drie meter lange rood/wit geblokte palen staan, die de sneeuwhoogte aangeven.
Op de elfde dag bereiken we de grens met Iran. Reeds van verre zien we een gigantische
berg voor ons oprijzen. Het blijkt de berg Ararat te zijn, met een hoogte van 5765 meter.
We kunnen de berg de verdere dagen nog bewonderen, want als we om 09.00 uur aankomen
bij de grens van Iran staan we pas echt goed stil.
Het is donderdag 8 december en we hebben nu 4508 kilometers afgelegd.
Omdat we zo vroeg bij de grens waren, hadden we erop gehoopt om er vandaag nog
doorheen te komen. Er was iemand aan de grens geregeld om ons gemakkelijk door alle
kantoortjes te loodsen. We schoven steeds iets verder naar voren tot we om 16.00 uur
voor een gesloten loket stonden.
De ambtenaren waren al naar huis en de volgende dag was een vrijdag en dus rustdag.
Er restte ons niets anders dan de auto's op een douaneterrein achter te laten en
overmorgen weer terug te komen.
Gelukkig mochten we te voet wel Iran binnen en na enkele kilometers lopen,
vonden we een stadje met een eenvoudig hotelletje.
Zaterdag om 12.00 uur rolden onze auto's pas de grens over na het betalen van 7000
dollars. Eindelijk in Iran en ook nog een meevaller. De diesel kostte slechts 1,5
eurocent per liter.
Tegenvaller was, dat de lagere overheden verboden hadden om diesel aan buitenlanders
te verkopen. Gelukkig volgden niet alle tankstations deze regel op.
We hadden aan de grens een verplichte route opgekregen om te volgen in Iran en regelmatig
moesten we ons melden bij politieposten langs de grote weg. Stempeltje en dan weer
verder.
Dwars door Teheran is een belevenis op zich. Het verkeer is er waanzinnig druk en
een gigantische chaos. Er hing een zware smog over de stad en het zicht was daardoor
beperkt tot slechts enkele honderden meters. Na uren zwoegen met zweet in de handen
waren we dan toch door de ergste drukte heen.
De wegen waren redelijk goed maar meestal slechts tweebaans. De mensen zijn vriendelijk
en men wil steeds een praatje maken. Velen spreken de Engels taal en als men dan
hoort dat we uit Nederland komen beginnen ze meteen al onze voetballers op te noemen.
Ik wist niet dat we er zo veel hadden.
De hotels zijn meestal matig tot slecht en de menu's in de restaurants geven niet
veel keus. Bijna iedere avond eten we kebab met rijst.
In Iran rijden nog heel veel oude vrachtwagens rond van Amerikaanse makelaardij
en deze stammen meestal nog uit de tijd van de sjah. Ook rijden er zeer veel Mercedessen
met "bolle neus" rond. Ze worden er nog nieuw gebouwd.
Woensdag 14 december bereiken we de Afghaanse grens en we dragen de voertuigen op
een stukje niemandsland tussen de grensposten over aan de mensen van de Halo trust.
We hebben er 6585 kilometer opzitten.
Op enkele luchtlekkages na, hebben we geen technische problemen met de toch ruim
20 jaar oude voertuigen gehad. Onze missie is geslaagd en per vliegtuig keren we
terug naar huis.
Bij nacalculatie van de reis bleek er door de Baanderij een besparing op de transportkosten
te zijn behaald van 40000 euro ten opzichte van vervoer per schip.
Maurice Bremers, Brunssum, december 2005.